Toen ik drie jaar geleden voor het eerst voor een langere tijd op Bali kwam, durfde ik geen scooter te rijden. Een licht trauma van een scooter ongeluk tijdens het backpacken in Myanmar een aantal jaar geleden, maakte dat ik echt niet meer op een scooter durfde. En als echte Hollander huurde ik dus maar een fiets om toch van A naar B te kunnen komen. Ik kwam er echter al snel achter dat jezelf van A naar B bewegen op de fiets, hier toch wat anders is dan in Nederland. Allereerst: de warmte. Die maakt dat je hoe dan ook helemaal bezweet op bestemming aankomt. Dan punt twee: het hoogteverschil. Bali kent toch vrij veel hoogteverschillen en vooral ook veel kleine stukjes steil op en neer. Dat maakt elk fietsritje gewoon een work-out op zich. Dus na een tijdje besloot ik dat het toch ook wel handig zou zijn om lekker scooter te gaan rijden voor het dagelijkse transport. Het was even slikken in het begin, maar inmiddels weet ik niet meer beter.
Toen ik vorig jaar op Bali kwam, was de scooter ideaal. Met de energie die ik had was het heerlijk om gewoon lekker op een scooter te zitten en met een paar keer gas geven zonder moeite op bestemming aan te komen. Maar de afgelopen weken merk ik dat er weer meer energie begint te komen en dat mijn lijf ook weer wat meer beweging wilt. Wat een fijn gevoel is dat! Al een tijdje ging ik weer af en toe naar de sportschool voor wat lichte krachttraining, maar nu voelde ik dat ik ook weer wat meer cardio zou willen doen. De eerste poging daartoe op de loopband in de sportschool was een matig succes. Toch een beetje saai ofzo. Oké, dan een poging tot een hardlooprondje in de buurt. Helaas, dat was nog minder een succes. Ook hier: die hoogteverschillen maken het vrij uitdagend. Daar komt bij dat er nog al veel honden los op straat lopen en na drie keer door een blaffende hond achtervolgd te zijn, besloot ik dat dit hem toch niet werd…
En toen kwam daar ineens het idee: waarom koop ik niet gewoon een fiets? Niet als vervoermiddel van A naar B, maar om gewoon af toe lekker een rondje te fietsen. En dus ging ik op fietsenjacht. Ik dacht gelijk aan een racefiets, want in Nederland vind ik het ook heerlijk om met de racefiets erop uit te gaan. Maar toen dacht ik aan de kwaliteit van de wegen hier en die dunne bandjes, en leek dat me toch niet o een goed idee. Oké, wellicht een mountainbike. Iets robuuster, lekker veel versnellingen erop om de heuvels op en af te komen. Dit klonk wel goed. Ik ging naar twee fietsenwinkels in de buurt om eens te kijken, maar daar hadden ze helaas maar weinig keus. En dus ging ik op jacht in Denpasar.
Ik kom de fietsenwinkel binnen en de eigenaar laat me een aantal van zijn mountainbikes zien. Maar dan zie ik daar een gravelfiets staan en ik ben op slag verliefd. Een gravelfiets klinkt ook wel als een goed idee. Iets eleganter en lichter dan zo een mountainbike, maar wel ook degelijke banden. Prima voor kleine rondjes of wellicht een keer een langer tourtje. ‘Can I try it?’ Nee, dat kan niet met nieuwe fietsen. Maar hoe weet ik dan of de fiets goed is? Hmm, ik twijfel een beetje en vertrek met de mededeling dat ik er nog even over na ga denken.
Peinzend stap ik op de scooter. Gelukkig zie ik ondanks mijn overpeinzingen ineens een andere fietsenwinkel. Ik besluit dus maar even een kijkje te nemen. Al snel valt mijn oog op een nog mooiere gravelfiets en ik ben nog verliefder dan op de vorige. De vriendelijke eigenaresse laat de fiets gelijk klaar zetten zodat ik deze kan proberen. Het besluit is snel gemaakt: dit wordt hem!

Twee dagen later vertrek ik in de ochtend met een Gojek naar de fietsenwinkel. Daar staat mijn fiets voor me klaar. Ik vraag of ze wellicht ook een helm te koop hebben en er komen al snel een aantal modellen uit de kast. Terwijl ondertussen mijn benen worden lek gestoken door een leger aan muggen, pas ik al dansend en hupsend een aantal helmen. Dit moet een snel besluit worden, want ik moet echt die winkel uit… Ik kies voor een rood exemplaar, zodat de andere weggebruikers me goed kunnen zien. Snel zoek ik ook nog twee bidonhouders, een pompje en een slot uit, die allemaal direct op mijn fiets worden gemonteerd. Nog even afrekenen en dan snel die winkel uit.
Ik stap op mijn fiets en wordt gelijk al met het eerste probleem geconfronteerd: hoe ga ik nu deze drukke weg over steken? Oké, even geduld en dan bij het eerste kleine gaatje gewoon gaan! Het eerste stuk door Denpasar is toch wel spannend, zoveel verkeer en ik moet nog een beetje wennen aan de fiets en aan het weer fietsen. Toen ik begon met scooter rijden, betrapte ik mezelf erop dat ik steeds over mijn schouder keek en mijn hand uit wilde steken in plaats van mijn spiegels en het knipperlicht te gebruiken. Nu zit ik weer op de fiets en kijk ik steeds in mijn spiegels (met weinig resultaat) en vergeet mijn hand uit te steken als ik afsla. Nou ja, dat wordt weer even omschakelen.
Als ik voor het stoplicht sta, besluit ik dat het tijd is voor een spelletje. Je kent het wel: dat spelletje dat als je voor een stoplicht staat je stiekem een race doet met degene in de auto naast je in wie het snelste op kan trekken. Ik doe dit dus ook vaak op de scooter en ben hier best goed in. Hoewel ik me ook afvraag of de Balinezen zich bewust zijn van dit spelletje… Anyway, dit kan ik natuurlijk ook op de fiets proberen. Ik zet mezelf in de startblokken en focus me op het stoplicht. Als het op groen springt, wil ik die startblokken uitschieten. Maar uiteraard ben ik vergeten om alvast een paar versnellingen terug te schakelen en in de zwaarste versnelling kom ik niet echt snel van start. Ach ja, af en toe verliezen hoort ook bij het leven!
Na een tijdje begin ik een beetje op gang te komen. Daarbij wordt het verkeer steeds rustiger en kan ik steeds meer genieten van het fietsen. Hoe dichter ik bij huis kom, hoe meer kleine op en neers er komen, afgewisseld met stukken vals plat omhoog. Flink zweten dus. Daar is maar een oplossing voor: tijd voor een ijs-stop. Dankbaar stap ik even van mijn fiets. Ik moet aan mezelf bekennen dat mijn conditie niet zo goed meer is als ik hoopte en dat ik toch ook wel echt even een fietsbroekje met zeem erin moet kopen. Nou ja, dat komt beide later wel. Eerst maar even genieten van een goed ijsje.
Nadat ik weer een tijdje op de fiets, zie ik ineens een andere Balinese man op de fiets. Vrolijk lacht hij naar me een steekt zijn hand naar me op. Ik vraag me af of dit een universeel iets is: als hardloper steek je je handje op naar andere hardlopers, als fietser naar andere fietsers, als tram bestuurder naar andere tram bestuurders. Even dat moment van verbinding. Ook al is mijn wereld waarschijnlijk zo anders dan dat van die Balinese man, toch is er iets wat ons verbind: we zitten daar op dat moment allebei op een fiets.
Uiteindelijk bereik ik na zo een 30 kilometer mijn huisje. Daar wacht me een heerlijke afkoeling in de rivier en een verse mango. De rest van de middag geniet ik lekker na van dit eerste fietsavontuur. Ik denk terug aan wat ik allemaal gezien heb onderweg. Dat vind ik toch wel het leuke aan fietsen: je hebt meer tijd om om je heen te kijken dan bijvoorbeeld de scooter, maar je kunt ook in relatief korte tijd een redelijke afstand maken en veel verschillende dingen zien. Ik voel me dankbaar voor dat ik weer de energie heb om dit te doen en vooral ook ervan kan genieten. Op naar meer fietsavonturen op Bali!