Ik ben lekker aan het wandelen. Heerlijk in het bos met de fluitende vogeltjes. Na enige tijd merk ik dat mijn maag begint te rommelen en dat mijn benen ook wel toe zijn aan even een pauze. Tijd om mijn bankjes radar aan te zetten en op zoek te gaan naar een bankje of boomstam of te kunnen pauzeren. Ik kijk om me heen en zie boomstam die er wel ok uitziet. Wel ok, maar hij is een beetje scheef en lijkt wat nattig. Niet perfect dus en dus loop ik door. Dan zie ik je een bankje. Ook wel ok, maar ik hoor een weg in de buurt. Dat is niet echt lekker rustig pauzeren. Niet perfect dus en dus loop ik door. En zo kom ik nog een paar boomstammen en bankjes tegen. Allemaal wel ok, maar geen een is perfect. Een half uur later besluit ik dat ik toch echt even pauze wil en ik strijk dan toch maar neer op een wel ok boomstam.
Het is iets wat ik herken van eerdere wandelingen en fietstochten. Dat ik dan het perfecte plekje wil hebben voor mijn pauze. Ik heb hier nooit echt bij stil gestaan (ik was immers nog aan het doorwandelen op zoek naar dat perfecte bankje), maar tijdens mijn recente wandelavontuur in het Mullerthal (lees ook meer over mijn wandelavonturen op ROUTE 2, EXTRA ROUTE D en ROUTE 3) zette dit patroon me toch aan het denken.
Jarenlang heb ik geprobeerd om het perfecte leven te leven. Ik had een bepaald beeld in mijn hoofd hoe dat eruit zou moeten zien en deed alles om daaraan te kunnen voldoen. HET PERFECTE PLAATJE. En ja, daar horen ook perfecte bankjes bij voor een pauze tijdens een wandeling! Ik denk dat ik er op een gegeven moment redelijk aan het beeld voldeed en dat menig ander die mijn leven zou zien, zou denken dat ik het allemaal voor elkaar had. Maar zelf zag ik dat niet zo. Het moest altijd nog beter. Nog perfecter.
Het duurde lang voordat ik door had dat ik mezelf daarmee helemaal voorbij liep. Uiteindelijk belande ik een burn-out. Dat was niet helemaal volgens mijn perfecte plaatje, maar ik kon niet anders meer dan instorten. Daarmee kwam het besef dat ik het anders wilde. Dat perfecte plaatje in mijn hoofd loslaten. Het vervangen door HET PERFECTE PLAATJE 2.0, een leven waarin ik voor mezelf kies en voor mezelf zorg. Maar dat loslaten is zo makkelijk nog niet.
Tijdens mijn verblijf op Bali dacht ik dat ik dat perfecte plaatje aardig heb kunnen loslaten. Lief zijn voor mezelf en voor mezelf zorgen. Niet meer leven vanuit moeten en doorduwen, maar vanuit willen en zachtheid. Mijn grenzen aangeven en kiezen voor wat bij mij past. Maar terug in Nederland merk ik dat ik de druk weer voel. De druk om aan dat perfecte plaatje te moeten voldoen. Iets te moeten nastreven dat nog beter is, dan dat het nu is. En dan komt daar ook de filosofische gedachte over perfect bij. Want wat is PERFECT?
Ik vind het lastig om te plaatsen waardoor het komt dat ik in Nederland weer zoveel druk voel. Het voelt alsof er in Nederland toch een bepaalde energie hangt. Een bepaalde frequentie of trilling. Om me heen zie ik allemaal mensen door het leven rennen. Iedereen is druk. Werk, sporten, kinderen, vrienden, familie. Het leven dat voor lange tijd ook mijn leven was. De energie en frequentie waarop ik voor lange tijd mee trilde. Na mijn tijd op Bali voelt het alsof ik in een andere frequentie zit. Een andere modus. Maar het is lastig om in deze frequentie te blijven, wanneer alles om je heen op een ander niveau zit. Wanneer alles om je heen streeft naar perfectie, een ideaal beeld dat niet bestaat, is het lastig om de perfectie te zien van het moment. Te accepteren dat dat precies is zoals het is en dat het daarmee perfect is.