Het is oudjaarsdag. Zo een moment waarop je even stilstaat en je beseft: weer een jaar voorbij. Zucht… Ik haat deze momenten. Oké, haat is misschien een groot woord, maar leuk is anders. Elk jaar weer voelt het als een confrontatie. Een confrontatie met mezelf en met het feit dat ik nog steeds niet daar ben waar ik zou willen zijn. Dat ik nog steeds worstel met het leven. Maar dit jaar voelt het anders. Want ondanks dat ik nog steeds worstel met het leven en dat ik nog steeds niet ben waar ik zou willen zijn, voel ik me eigenlijk best tevreden. Ik kan terugkijken op een mooi jaar, waar er ontzettend veel is veranderd. Mijn energie is toegenomen, mentaal ben ik sterker geworden en stap voor stap wandel ik van donker naar licht. En misschien nog wel het belangrijkste: ik ben weer gaan luisteren naar mijn hart.
Ik daal af naar het kamertje in mijn hart en ga bij het brandende vuurtje zitten. Het vuurtje dat lange tijd uit is geweest, maar afgelopen jaar steeds sterker is gaan branden. Mijn levensenergie die weer terug aan het komen is. Ik krijg tranen in mijn ogen als ik naar het vuurtje kijk en voel een golf van dankbaarheid over me heen komen. Ik hoor een stem. Ik hoor de stem. De stem van mijn hart: ‘Dankjewel dat je weer naar me bent gaan luisteren. Dat je mijn vuurtje weer hebt laten branden. Dat je mijn levensenergie weer laat stromen. Dankjewel! En neem nu de tijd om stil te staan en te genieten van waar je nu bent. Want dat is precies waar je hoort te zijn.’ De stilte keert weer terug en ik staar in de vlammen van mijn betoverende vuur. En ik geniet. Ik geniet van waar ik nu ben!
Wat een verschil met het jaar daarvoor. Lees ook het verhaal uit de oude doos dat ik een jaar geleden schreef.